Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

In een zaak die betrekking heeft op de overschotheffing heeft de varkensmester X als protest tegen het mestbeleid aanvankelijk geen aangifte willen doen. Dat leidde tot een naheffingsaanslag 1995 met een boete van 100%. Nadat reeds beroep was ingesteld, is de aanslag verminderd tot het door X aangegeven bedrag en de boete tot op 10% kwijtgescholden. Het hof is daarmee akkoord gegaan. X is tegen het handhaven van de boete in cassatie gegaan. Volgens A-G Ilsink heeft X naar Nederlands nationaal recht geen been om op te staan, maar verdient wel aandacht diens stelling dat het belastingrecht wat de boete betreft in strijd is met artikel 14, lid 5 IVBPR en artikel 2 van het zevende protocol bij het EVRM omdat een tweede feitelijke beroepsinstantie ontbreekt. Bij arrest BNB 1989/256 heeft de Hoge Raad een soortgelijke grief al eens verworpen. Inmiddels is er echter een nieuwe uitspraak van het Human Rights Committee, waaruit Feteris afleidt dat het IVPBR twee feitelijke instanties eist. De Hoge Raad acht de bepaling in de mensenrechtenverdragen dat justitiabelen recht hebben op hoger beroep niet voor rechtstreekse toepassing vatbaar. Wel vindt hij dat het Hof zonder afdoende motivering geen proceskostenvergoeding heeft gegeven. Conform A-G Ilsink

Metadata

Rubriek(en)
Overig
Instantie
HR
Datum instantie
14 juni 2000
Rolnummer
33.557

Naar de bovenkant van de pagina

Cookies.

Onze website maakt gebruik van cookies om het gebruik en functionaliteit te waarborgen van deze website. Meer over ons cookiebeleid