Politieke column
Bij de toeslagen en bij box 3 is de afgelopen jaren veel misgegaan. Het leed loopt sterk uiteen. De persoonlijke ellende van toeslagenouders is immers totaal onvergelijkbaar met het portemonnee-echec van vermogensbetalers. Juridisch en politiek gezien zijn beide thema’s echter van hetzelfde laken een pak. Er is sprake van zeer belabberde wetgeving. Er is een uitvoering die ontspoort. Er zijn burgers die de klos zijn. Er klinkt de roep om pleisters. En dan gaat het echt mis.
De kakelverse belastingstaatssecretaris Idsinga liet twee weken na de beëdiging zijn licht schijnen over box 3. Laat ik het kort samenvatten: het rechtsherstel behoeft rechtsherstel. De Hoge Raad heeft daarbij lekker actief voor wetgevertje gespeeld en komt met een eigen invulling van het begrip werkelijk rendement als vervanger van een in de kern forfaitair systeem. De wetgever is naar eigen zeggen nog wel even zoet met bestudering van deze rechterlijke pseudowetgeving. Voornaamste opdracht daarbij is bovendien zorgen dat het uitvoerbaar is. Pas in juni 2025 kunnen belastingplichtigen op een webformuliertje hun nog nader te bepalen werkelijke rendement invullen.
De oplossing is evident. Zo snel mogelijk invoering van een uiterst simpele vermogensbelasting om rust te creëren. Het geeft ruimte de sinds het Kerst-arrest ontstane rotzooi in zijn geheel op te ruimen. Zwaluwstaarten met een nieuwe en complexe belasting zie ik echt niet zitten. De Belastingdienst trouwens ook niet. Het risico dat de hersteloperatie van box 3 ontploft, is veel te groot. De les daarvoor zou geleerd moeten zijn bij de toeslagen.
De toeslagenaffaire is namelijk lelijk ontpopt tot de compensatieaffaire. Geen pleisters plakken op wonden, maar algehele pleistering is inmiddels – op verzoek van een Kamermeerderheid – het devies. Dat werkt sneller en wordt als prettig ervaren. Maar ja, het is kostbaar en strijdig met het rechtvaardigheidsgevoel van andere belastingbetalers. Dat het koninklijk huis zich via prinses Laurentien in de afwikkeling heeft gedraaid, veroorzaakt ook nog eens een oneigenlijk gewicht. Het is ronduit raar. De ambtelijke dienst kan geen zuivere afwegingen meer maken zolang iemand die met Prinsjesdag vanuit een koetsje zwaait ook over de compensatie de scepter zwaait. Gedupeerden helpen én het publieke sentiment bespelen, gaan hier mooi samen.
Het dieptepunt is natuurlijk de Toeslagenclub die bij de compensatieaffaire arbeidskrachten als werknemers inzet en toch geen loonheffing afdraagt (schijnzelfstandigen). Het voornemen om deze praktijk ook in 2025 en zelfs 2026 illegaal voort te zetten, leidt tot gemor bij ‘blauw’. Voor elke werkgever in Nederland is het verboden om voor werknemers geen loonheffing in te houden en de Belastingdienst gaat vanaf 1 januari 2025 hier snoeihard op handhaven. De Belastingdienst wil echter niet met boter op het hoofd bij andere werkgevers over de vloer komen.
Op het ministerie van Financiën zijn hierdoor twee bloedgroepen lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. In het parlementaire zomerreces is dit tamelijk geëscaleerd. De compensatielieden koesteren een kennelijke uitzonderingspositie van de loonbelastingwet om deadlines voor compensatie niet in gevaar te brengen, terwijl de controleurs het helemaal beu zijn. Zij willen dat geen enkele schijnzelfstandige meer rondloopt bij de Belastingdienst zodra zij de straat op moeten om te handhaven. Opzegging van het convenant Horizontaal toezicht tussen Financiën en de Belastingdienst dreigt. En zal het ministerie van Binnenlandse Zaken (onderdeel P-Direkt) de onjuiste loonaangiftes voor de Belastingdienst nog willen verzorgen?
Richting de nieuwe bewindspersonen is de ruzie eufemistisch als ‘dilemma’ gepresenteerd. Het lijkt eerder op een veenbrand die geblust moet worden. De controleurs van de Belastingdienst hebben in hun stammenstrijd bijval gekregen van de fiscale beleidsafdelingen. Zelfs verder uitstel van opheffing van het handhavingsmoratorium is als optie bij de bewindspersonen neergelegd. Controleurs staan dan weliswaar niet voor joker, de rechtsstaat wel.