Samenvatting
X (belanghebbende) exploiteert een low-care hospice. Niet in geschil is dat X één samengestelde prestatie verricht. Wel in geschil is of deze prestatie is vrijgesteld op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel c, Wet OB 1968 of dat deze op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel b, Wet OB 1968 is belast.
Vast staat dat het hier gaat om een low-care hospice, ook wel een bijna-thuis-huis waar de zorg zoveel mogelijk verloopt zoals thuis in een huiselijke omgeving. Met dat doel stelt X gastenkamers ter beschikking.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat voor de modale consument de tijdelijke verhuur van de gastenkamers de hoofddienst vormt. De diensten van de vrijwilligers en coördinatoren en de verstrekking van maaltijden zijn bijkomende diensten die zijn bedoeld om de hoofddienst voor de afnemer geschikter te maken. Nu de tijdelijke verhuur van de gastenkamers de hoofddienst is, is reeds daarom de medische vrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel c, Wet OB 1968 niet van toepassing.
De hoofddienst, zijnde de tijdelijke verhuur van de gastenkamers, kan worden aangemerkt als verhuur in het kader van het pensionbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden. De dienst is daarom niet vrijgesteld, maar de uitzondering van artikel 11, lid 1, aanhef en onderdeel b, onder 2°, Wet OB 1968 is op de vrijstelling van verhuur van toepassing.
Het beroep van X is gegrond.
BRON
Uitspraak van de meervoudige kamer van 10 februari 2025 in de zaken tussen
Stichting eiseres, gevestigd te vestigingsplaats, eiseres (gemachtigde: mr. R. Brouwer),
en
de inspecteur van de Belastingdienst , verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft over het tijdvak 1 juli 2022 tot en met 30 september 2022 een naheffingsaanslag omzetbelasting (de naheffingsaanslag) aan eiseres opgelegd.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 20 oktober 2023 de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Eiseres heeft voor het tijdvak 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2022 een bedrag van € 22.184 aan omzetbelasting op aangifte voldaan.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 27 oktober 2023 het bezwaar van eiseres tegen de voldoening op aangifte afgewezen.
Eiseres heeft tegen beide uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2024.
Namens eiseres zijn verschenen: de gemachtigde en zijn kantoorgenoot G.W.H. Peters, alsmede [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . Namens verweerder zijn mr. [naam 4] en [naam 5] verschenen.
Overwegingen
Feiten
1. Eiseres exploiteert een low-care hospice in de gemeenten [plaats 1] en [plaats 2] en handelt aldus als ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (de Wet).
2. Volgens haar statuten heeft eiseres ten doel:
a. het exploiteren van een low-care hospicehuis voor terminale zorg op meerdere locaties in de regio;
het bieden van logies en verteer voor de bewoners en hun gasten tegen een redelijke vergoeding;
het in het hospicehuis faciliteren van hospicezorg door derden; de medische zorg
en de verpleging worden geleverd door de eigen huisarts en de eigen thuiszorg organisatie van de bewoners;
het organiseren van activiteiten door vrijwilligers voor de uitvoering van de vermelde doelen;
het ter beschikking stellen van bewonerskamers met badkamer en andere
faciliteiten voor verblijf in het kader van de begeleiding en ondersteuning van mensen in de laatste levensfase;
het op verzoek verlenen van ondersteuning (geen medische zorg of verpleging) door vrijwilligers aan terminale patiënten en hun naaste(n);
het organiseren van een zorgvuldige en deskundige exploitatie en een zorgvuldig en deskundig beheer van alle middelen, alsmede onafhankelijk toezicht hierop;
het onderhouden van een goede samenwerking met het bestuur van de Stichting [stichting] , gevestigd te [plaats 2] , overeenkomstig jaarlijks te actualiseren werkafspraken;
i. het verrichten van al wat met het vorenstaande verband houdt, in de meest ruime zin.
3. In het kader van haar doelstelling biedt eiseres logies en verteer aan, aan mensen die ongeneeslijk ziek zijn en een doktersverklaring hebben waaruit blijkt dat zij niet langer dan drie maanden te leven hebben. Voor het verblijf betalen de gasten € 38 per dag.
4. Het hospice in [plaats 2] beschikt over vier gastenkamers. Het hospice in [plaats 1] beschikt over zes gastenkamers. Deze kamers zijn volledig gestoffeerd en gemeubileerd en voorzien van een eigen badkamer, aanrechtblok, koelkast en terras. Ook is in elke kamer een telefoon, televisie en audio set aanwezig. Ook wordt draadloos WIFI beschikbaar gesteld.
5. Beide vestigingen beschikken over een logeerkamer waar familieleden tegen vergoeding kunnen verblijven en gemeenschappelijke ruimten, waaronder:
- een woonkamer met eettafel;
- een open keuken waar maaltijden worden bereid;
- een waskamer met wasmachine en droger en mogelijkheden om de was te strijken;
- een vergaderkamer;
- een familiekamer waar in privacy gesprekken kunnen worden gevoerd (alleen in [plaats 1] ).
6. Eiseres heeft geen medewerkers in loondienst. De medische zorg aan de gasten wordt in beginsel door de eigen huisarts van de gast verleend en, als dat niet mogelijk is, door huisartsen uit de regio. De specialistische verpleegkundige zorg wordt verleend door een thuiszorgorganisatie naar keuze van de gast. De thuiszorgorganisatie stelt ook een zorgplan op voor de gast. Voor de nachtzorg heeft eiseres samenwerkingsovereenkomsten gesloten met enkele thuiszorgorganisaties, twee voor de vestiging in Hendrik Ido Ambacht en één voor de vestiging in [plaats 1] . Zij verlenen reguliere thuiszorg aan de gasten tussen 23:00 uur en 07:00 uur. Deze thuiszorgorganisaties verlenen hun diensten niet namens eiseres. Zij sturen eiseres geen facturen en er vinden geen betalingen plaats tussen eiseres en deze thuiszorgorganisaties. De thuiszorgorganisaties die de nachtzorg verlenen, declareren rechtstreeks bij de zorgverzekeraar.
7. Eiseres maakt verder gebruik van vrijwilligers. De taken van de vrijwilligers bestaan onder meer uit het optreden als gastheer of gastvrouw van het hospice, lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals opruimen, het ondersteunen bij de lichamelijke verzorging van de gasten en het bieden van emotionele ondersteuning. Zij verrichten hun taken enkel in het hospice en niet tevens bij mensen thuis. Eiseres sluit met de vrijwilligers een vrijwilligersovereenkomst. Hierin is onder meer bepaald dat de vrijwilligers geen vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen.
8. De vrijwilligers doen hun taken onder leiding van vier coördinatoren die in dienstbetrekking zijn bij het Albert Schweitzer ziekenhuis. Zij worden door dat ziekenhuis tegen kostprijs gedetacheerd bij eiseres. Deze coördinatoren regelen de dagelijkse gang van zaken in het hospice. Zij dragen zorg voor de intake en de opname van de gasten, zij zijn het eerste aanspreekpunt voor de gasten en hun naasten, de vrijwilligers, de huisarts en de thuiszorg, zij dragen zorg voor een juiste uitvoering van de protocollen en zij zorgen ervoor dat de hospicezorg wordt uitgevoerd overeenkomstig het zorgplan. De coördinatoren verrichten geen zorgactiviteiten of medische handelingen.
9. In het vierde kwartaal is begonnen met de bouw van het hospice in [plaats 1] . Deze vestiging is op 12 november 2020 in gebruik genomen. Ter zake van de bouw is aan eiseres omzetbelasting in rekening gebracht. Eiseres heeft vanaf het vierde kwartaal van 2019 aangiften gedaan voor de omzetbelasting waarin de volgende verzoeken om teruggaaf worden gedaan:
- voor het vierde kwartaal van 2019: € 33.097;
- voor het eerste en tweede kwartaal van 2020: € 179.314;
- voor het derde kwartaal van 2020: € 110.298;
- voor het vierde kwartaal van 2020: € 101.566.
10. Verweerder heeft naar aanleiding van de ingediende aangiften vragen gesteld. De verzoeken om teruggaaf voor het vierde kwartaal van 2019 en het eerste en tweede kwartaal van 2020 zijn aanvankelijk geweigerd. De teruggaven voor het derde en vierde kwartaal van 2020 zijn wel verleend.
11. Bij brief van 10 maart 2021 heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat hij zich op het standpunt stelt dat eiseres vrijgestelde prestaties verricht. Hij is daarom voornemens om de verzoeken om teruggaaf over het vierde kwartaal van 2019 en het eerste en tweede kwartaal van 2020 te weigeren en over het derde en vierde kwartaal van 2020 naheffingsaanslagen op te leggen.
12. Partijen hebben daarna diverse malen contact gehad. Uiteindelijk hebben zij op 3 oktober 2022 een vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten. Voor zover hier van belang, wordt in de VSO het volgende vermeld:
-
Partij A [eiseres] handhaaft haar standpunt dat haar prestaties zijn belast voor de heffing van omzetbelasting en dat recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Partij B [verweerder] blijft bij haar standpunt dat de prestaties zijn vrijgesteld van de heffing van omzetbelasting en dat geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat;
-
Met het verlenen van de teruggaven over het derde en het vierde kwartaal 2020, respectievelijk bij beschikking van 13 november 2020 en 12 februari 2021 is door partij B het in rechte te beschermen vertrouwen gewekt dat partij A recht op aftrek van voorbelasting zou hebben op de bouw en exploitatiekosten van het nieuwe hospice en dat de prestaties van partij A niet zouden zijn vrijgesteld van de heffing van omzetbelasting;
-
Met het versturen van de brief van 10 maart 2021 heeft partij B het hiervoor genoemde gewekte vertrouwen opgezegd. Partijen zijn overeengekomen dat hierbij een overgangstermijn in acht wordt genomen dit eindigt op 1 juli 2022;
-
Het nieuwe hospice van partij A betreft een nieuwe onroerende zaak die in gebruik is genomen in het vierde kwartaal van 2020.
Partijen verbinden aan de hiervoor vermelde afspraak de volgende fiscaalrechtelijke of civielrechtelijke gevolgen:
-
Totdat sprake is van een andersluidend rechterlijk oordeel ten aanzien van belanghebbende (zie hierna), is het uitgangspunt dat partij A tot 1 juli 2022 enkel belaste prestaties verrichtte en met ingang van 1 juli 2022 enkel vrijgestelde prestaties;
-
Partij B zal de volgende teruggaven alsnog verlenen:
o Startersaangifte vierde kwartaal 2019: € 33.097;
o Startersaangifte eerste en tweede kwartaal 2020: € 179.314;
o Aangifte eerste kwartaal 2021: € 5.348;
o Aangifte tweede kwartaal 2021: € 3.759;
o Aangifte derde kwartaal 2021: € 3.093;
o Aangifte eerste kwartaal 2022: € 3.744;
-
Partij B zal geen naheffingsaanslagen opleggen over het derde kwartaal 2020 en het
-
vierde kwartaal 2020;
-
Met ingang van het derde kwartaal 2022 zal partij A handelen conform het standpunt van partij B (vrijgestelde prestaties) en geen voorbelasting meer in aftrek brengen die kan worden toegerekend aan de bouw of de exploitatie van het hospice;
-
Met ingang van het derde kwartaal 2022 beschikt partij A over alle rechtsmiddelen om het standpunt van partij B aan te vechten;
-
Partij A dient conform geldende wet- en regelgeving de voorbelasting die in aftrek is gebracht op de bouw van het nieuwe hospice (een onroerende zaak) en de aanschaf van roerende zaken te behoeve van het hospice, te herzien. Dit betekent dat in de jaren 2022 t/m 2029 in de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal een herziening van 1/10e deel van de in aftrek gebrachte voorbelasting als verschuldigde omzetbelasting moet worden aangegeven over de voorbelasting die ziet op de bouw van onroerende zaken. Daarnaast dient de voorbelasting die ziet op de aanschaf van roerende zaken ten behoeve van het hospice in de jaren 2022 t/m 2024 voor 1/5e deel te worden herzien.
13. Conform de VSO is alsnog teruggaaf aan eiseres verleend over het vierde kwartaal van 2019, het eerste en tweede kwartaal van 2020, het eerste, tweede en derde kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022. Ook zijn aan eiseres geen naheffingsaanslagen over het derde en vierde kwartaal van 2020 opgelegd.
14. Eiseres heeft abusievelijk (want in strijd met de VSO) over het tijdvak 1 juli 2022 tot en met 30 september 2022 een aangifte omzetbelasting ingediend resulterend in een teruggaaf van € 4.500. Verweerder heeft de teruggaaf verleend. Bij de in geding zijnde naheffingsaanslag is deze teruggaaf gecorrigeerd.
15. Eiseres heeft conform de afspraken in de VSO de herziening van in aftrek gebrachte omzetbelasting verwerkt in de aangifte voor het tijdvak 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2022. Voor dit tijdvak heeft eiseres een bedrag van € 22.184 aan omzetbelasting op aangifte voldaan.
Geschil
16. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van één samengestelde prestatie. Tussen partijen is nog in geschil of deze prestatie is vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onder c, van de Wet, dan wel op grond van artikel 11, eerste lid, onder b, ten tweede, van de Wet is belast.
17. Eiseres stelt primair dat de hoofddienst bestaat uit de terbeschikkingstelling van een volledig gemeubileerde en gestoffeerde kamer om daar kort te verblijven. Deze prestatie dient te worden aangemerkt alsshort stay verhuur en is daarom op grond van artikel 11, eerste lid, letter b, ten tweede, van de Wet belast tegen het lage tarief. De diensten van de vrijwilligers en de coördinatoren zijn bijkomend van aard en bedoeld om de hoofddienst voor de afnemer geschikter te maken. Deze diensten delen daarom het fiscale lot van de hoofddienst.
Subsidiair stelt eiseres dat sprake is van een dienst sui generis die is belast tegen het normale tarief.
18. Verweerder stelt primair dat vanuit de modale consument bezien sprake is van één samengestelde prestatie die zich het beste laat duiden als zorg met verblijf. Het kenmerkende element van de samengestelde prestatie is het ondersteunen/ontzorgen van de bewoner en het verlenen, faciliteren, organiseren en coördineren van palliatieve zorg.
Deze prestatie is vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, letter c, van de Wet. Subsidiair stelt verweerder dat sprake is van vrijgestelde verhuur.
19. Ter zitting hebben partijen desgevraagd verklaard dat niet langer in geschil is dat de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, letter f, van de Wet niet van toepassing is nu eiseres niet op haar verzoek is erkend als instelling van sociale of culturele aard. Verder heeft eiseres ter zitting gesteld dat als de rechtbank van oordeel is dat de dienst van eiseres niet is vrijgesteld, zij geen oordeel hoeft te geven over het tarief omdat zij daar in onderling overleg met de wederpartij wel uitkomt. Verweerder heeft dat niet weersproken.
Beoordeling van het geschil
20. Uit de hiervoor opgesomde feiten volgt dat eiseres een samenstel van handelingen verricht. Zij stelt niet alleen gastenkamers ter beschikking, maar zij verstrekt ook maaltijden, zij zorgt ervoor dat te allen tijde vrijwilligers aanwezig zijn die desgewenst taken van de naasten/mantelzorgers over kunnen nemen en steun kunnen bieden en zij zorgt voor de coördinatie van de zorgverlening. De rechtbank volgt partijen dan ook in hun gezamenlijke standpunt dat sprake is van één samengestelde prestatie.
21. Vaststaat dat het hier gaat om een low-care hospice, ook wel een bijna-thuis-huis waar de zorg zoveel mogelijk verloopt zoals thuis in een huiselijke omgeving. Met dat doel stelt eiseres gastenkamers ter beschikking. Gasten betalen voor hun verblijf aan eiseres een vergoeding van € 38 per dag. Eiseres verricht zelf geen medische of verpleegkundige handelingen. Naar het oordeel van de rechtbank vormt voor de modale consument de tijdelijke verhuur van de gastenkamers dan ook de hoofddienst. De diensten van de vrijwilligers en coördinatoren en de verstrekking van maaltijden zijn bijkomende diensten die zijn bedoeld om de hoofddienst voor de afnemer geschikter te maken. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking dat niet iedere gast evenveel behoefte heeft aan de zorg door vrijwilligers en dat de kosten van de vrijwilligers zeer beperkt zijn en met name opleidingskosten betreffen. Deze bijkomende diensten volgen het fiscale regime van de hoofddienst. De nachtzorg wordt verleend door derden en is geen dienst die door of namens eiseres wordt verleend.
22. Nu de tijdelijke verhuur van de gastenkamers de hoofddienst is, is reeds daarom de medische vrijstelling van artikel 11, eerste lid, letter c, van de Wet niet van toepassing.
23. Ingevolge artikel 11, eerste lid, aanhef en letter b, ten tweede, van de Wet is de verhuur (de verpachting daaronder begrepen) van onroerende zaken vrijgesteld van omzetbelasting met uitzondering van de verhuur binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen, die daar slechts voor een korte periode verblijf houden.
24. De hoofddienst, zijnde de tijdelijke verhuur van de gastenkamers, kan worden aangemerkt als verhuur in het kader van het pensionbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden. De dienst is daarom niet vrijgesteld, maar de uitzondering van artikel 11, eerste lid, aanhef en onder b, ten tweede, van de Wet OB is op de vrijstelling van verhuur van toepassing.
25. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dienen de beroepen gegrond te worden verklaard.
Proceskosten
26. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 3.108 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 647, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag;
- bepaalt dat eiseres recht heeft op teruggaaf van het bedrag aan omzetbelasting dat zij heeft voldaan voor het tijdvak 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2022 ter zake van de herziening van in aftrek gebrachte omzetbelasting;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.108;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Arts, voorzitter, en mr. E. Kouwenhoven en mr. H.W.M. van Kesteren, leden, in aanwezigheid van mr. W.M.M.A. van der Vegt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2025.