Direct naar content gaan

Samenvatting

X (belanghebbende) exploiteert een low-care hospice. Niet in geschil is dat X één samengestelde prestatie verricht. Wel in geschil is of deze prestatie is vrijgesteld op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel c, Wet OB 1968 of dat deze op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel b, Wet OB 1968 is belast.

Vast staat dat het hier gaat om een low-care hospice, ook wel een bijna-thuis-huis waar de zorg zoveel mogelijk verloopt zoals thuis in een huiselijke omgeving. Met dat doel stelt X gastenkamers ter beschikking.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat voor de modale consument de tijdelijke verhuur van de gastenkamers de hoofddienst vormt. De diensten van de vrijwilligers en coördinatoren en de verstrekking van maaltijden zijn bijkomende diensten die zijn bedoeld om de hoofddienst voor de afnemer geschikter te maken. Nu de tijdelijke verhuur van de gastenkamers de hoofddienst is, is reeds daarom de medische vrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel c, Wet OB 1968 niet van toepassing.

De hoofddienst, zijnde de tijdelijke verhuur van de gastenkamers, kan worden aangemerkt als verhuur in het kader van het pensionbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden. De dienst is daarom niet vrijgesteld, maar de uitzondering van artikel 11, lid 1, aanhef en onderdeel b, onder 2°, Wet OB 1968 is op de vrijstelling van verhuur van toepassing.

Het beroep van X is gegrond.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
1 juli 2022 t/m 30 september 2022
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum instantie
4 maart 2025
Rolnummer
23/8135; 23/8136
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:4635
NLF-nummer
NLF 2025/0722
Aflevering
1 april 2025
bwbr0002629&artikel=11,bwbr0002629&artikel=11

Naar de bovenkant van de pagina

Cookies.

Onze website maakt gebruik van cookies om het gebruik en functionaliteit te waarborgen van deze website. Meer over ons cookiebeleid