Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Samenvatting

X (belanghebbende) heeft in 2015 tot en met 2017 hockeytrainingen en theorielessen gegeven aan leerlingen (topsportklas) van een middelbare school. In 2019 heeft de Inspecteur een boekenonderzoek ingesteld en geconstateerd dat X daarvoor geen omzetbelasting in rekening heeft gebracht. Hij heeft omzetbelasting nageheven ter zake van de hockeylessen en over het privégebruik van een auto (2015).

Hof Den Bosch oordeelt dat de Inspecteur het verdedigingsbeginsel heeft geschonden door X niet tijdig en expliciet op de hoogte te stellen van de voorgenomen correcties.

Het Hof acht aannemelijk dat X ten aanzien van de hockeylessen een inbreng had kunnen leveren die voor het opleggen van de naheffingsaanslag van belang was en waarvan op voorhand niet valt uit te sluiten dat deze inbreng tot een ander besluitvormingsproces zou hebben geleid. Uit het dossier volgt niet dat met name het beroep op de onderwijsvrijstelling dat X doet, voorafgaand aan het opleggen van de naheffingsaanslag ter sprake is gekomen en dat X de gelegenheid is geboden om de feiten en omstandigheden die daar betrekking op hebben naar voren te brengen. De naheffingsaanslag kan in zoverre niet in stand blijven.

Ten aanzien van de correctie privégebruik ziet het Hof niet in hoe X een inbreng had kunnen leveren die tot een andere afloop had kunnen leiden. Ten aanzien van deze correctie bevestigt het Hof het oordeel van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Deze correctie blijft in stand.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2015-2018
Instantie
Hof Den Bosch
Datum instantie
3 juli 2024
Rolnummer
23/49
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:2150
NLF-nummer
NLF 2024/1731
Aflevering
23 juli 2024

Naar de bovenkant van de pagina